21-10-2010

Mea culpa, mea maxima culpa

Laatst hoorde ik iemand deze uitdrukking gebruiken. Ik moest even graven in mijn middelbare schooltijdgeheugen (ofwel: mijn langetermijngeheugen, om degenen die dat grapje willen maken voor te zijn), maar toen kwam het toch boven drijven. Met name voor degenen die veel jonger zijn dan ik (en dat zijn vrees ik heel veel mensen): deze woorden hebben niets te maken met de echtgenote van onze kroonprins; het betreft een Latijnse uitdrukking met de betekenis ‘door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld’.

Waar heeft die Heerze het over, zult u wellicht denken. Nou, dat ga ik u haarfijn uitleggen. Ik heb laatst in ons onvolprezen regionale dagblad een column gelezen met als onderwerp webwinkels in relatie tot de gewone, ‘fysieke’ winkels.

Na het lezen kreeg ik het schaamrood op de kaken. Wat is het geval? De auteur in kwestie vat de column als volgt samen: ‘als de trend doorzet, wordt de binnenstad steeds vaker de paskamer voor de webwinkel’. Wellicht weet u dat wij onder andere webwinkels bouwen. En omdat de auteur signaleert dat steeds meer mensen hun inkopen doen via het internet trek ik de onontkoombare conclusie dat ik op termijn mede debet ben aan de teloorgang van vele winkels. Vandaar het ‘mea culpa’..

Maar voor ik zou besluiten om een einde te maken aan het bouwen van webwinkels deed ik er verstandig aan om eerst een goed na te denken. Al peinzend kwam ik echter maar tot één overweging: als ik het niet doe, doet een ander het wel. Dat was echter toch iets te gemakkelijk en mijn ‘culpa’ verdween er niet door. Daar komt bij dat het angstige visioen van juichende concurrenten me niet echt blij maakte. Toen ben ik maar eens goed gaan surfen en ik kwam terecht bij een artikel dat mij geweldig deugd deed en dat de column in de krant in een totaal ander daglicht stelde. Immers, uit een onderzoek van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel blijkt dat de concurrentie tussen webwinkels en reguliere winkels minder sterk is dan vaak wordt gesuggereerd. Voor consumenten gaat het namelijk om twee verschillende verkoopkanalen met elk een duidelijke eigen functie. Daarom kiezen consumenten niet voor een fysieke winkel óf een webwinkel, maar maken ze gebruik van een slimme combinatie. Internet wordt nog heel vaak – in 40 procent van de gevallen – gebruikt als belangrijkste middel voor oriëntatie voor een aankoop. En van de consumenten die nooit via internet aankopen doen, is dat 29 procent.

Pff, een zucht van verlichting ontglipte mijn mond, mijn schuldgevoel verdween als sneeuw voor de zon. Maar enige relativering is wel op zijn plaats, want webwinkels hebben niet voor niets bestaansrecht en consumenten zullen steeds vaker online aankopen doen. Maar dat is niet erg. Waar het om gaat is dat de winkelier, zo blijkt ook uit dat onderzoek, niet schrikt van de digitale concurrentie maar juist zelf vooral aanwezig moet zijn op internet. Een eigen webwinkel genereert in de eerste plaats ook omzet voor je zelf of het verleidt klanten naar je eigen winkel te komen.

Dus kan ik nu met een gerust hart weer tegen alle winkeliers zeggen: laat maar bouwen die webwinkel! Een goede website mag ook, want die kan ook de gang naar de ‘echte’ winkel stimuleren.

Zo zie je maar weer, het internet kan wat met je doen, zelfs je schuldgevoel wegnemen. Lang leve het World Wide Web!

Ton Heerze
Directeur Webton Internetdesign
www.webton.nl

Vind je dit een interessant bericht? Deel het!